Studiemateriaal generieke omslagafbeelding

Samenvatting Alw Syllabus

581 Flashcards en notities
Scroll naar beneden om een preview van de PDF te bekijken!
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Een onderdeeltje van de samenvatting - ALW syllabus

  • 1 Algemene inleiding: literatuurwetenschap

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
    Laat hier meer flashcards zien

  • 1.1.1.1.3 Logica

    Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1.1.1.3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Modale logica (mogelijke werelden)
    • Theorie: realiteit had er ook anders kunnen uitzien
      • Mogelijke werelden hebben een verschillende werkelijkheidswaarde, afhankelijk van hoe dicht ze staan op de echte wereld. 
  • 2 Verhaalanalyse: inleiding

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2
    Laat hier meer flashcards zien

  • 2.2.1.2 Narrativiteit en narrative turn

    Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.2.1.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Begrip 'turn' (structuralist turn, narrative turn ...)
    Wetenschappelijke stromingen aanduiden waarin een bepaalde problematiek centraal staat en één wetenschappelijk discipline heel invloedrijk is voor andere wetenschappelijke disciplines.
  • 2.2.2.3.3 Cognitieve narratologie: event types (Marie-Laure Ryan)

  • Happenings, actions en moves
    • Actions: doelbewuste actie (antropomorf agent)
    • Happenings: toevallig (geen geanimeerd agent)
    • Moves: probleemoplossende actie gericht op belangrijke doelen
      • Belangrijk voor verhaal
  • 3 Auteur en verteller

  • 3.2.2.1 Mediatie & zichtbaarheid

    Dit is een preview. Er zijn 4 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.2.2.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Narratee (Gerald Prince)
    • Geadresseerde van het verhaal
      • Nadrukkelijk: jij of wij
      • Impliciet gelaten
    • Elk verhaal heeft één tot slechts enkele narratees. 
  • 3.2.3.2 Extra- en intradiëgetisch

    Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.2.3.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wanneer spreekt Genette van een ingelaste vertelling?
    • Stuk informatie
      • Brief
      • Krantenartikel
        • wordt ingebracht/toegevoegd in het verhaal
  • 6 Traditionele personagetheorieën

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 6
    Laat hier meer flashcards zien

  • 6.2.1 Forsters normatieve visie

    Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 6.2.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • In welke type roman worden flat-/round characters gebruikt?
    Psychologische- / Bildungsroman
  • 6.5 Postklassieke benaderingen van personages

    Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 6.5
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat is het verschil tussen een frame en een script?
    • Bij een frame doet de lezer beroep op (verworven) referentiekaders als cognitief model.
    • Een script is een verwachting over het plot van een personage.
  • 8 Ruimte

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 8
    Laat hier meer flashcards zien

  • 8.1.1 Barthes en het werkelijkheidseffect

  • Definieer het werkelijkheidseffect van Barthes
    Verhaalelementen waaraan moeilijk een functie is aan toe te kennen worden gezien als werkelijk. Zo lijkt een verhaal werkelijk te zijn.
  • Welke literatuurtheoretici hadden wél aandacht voor ruimte?
    Jurij Lotman (receptie tekst gepaard met genereren visuele aanduidingen) en Bruno Hildebrand (fictionele teksten vooral herinnerd door bepaalde setting.
  • 8.2.1.2 Topografie

  • Wat is het grootste verschil tussen topologie en topografie?
    Bij topografie krijgen we een concretere invulling, zoals huizen, straten, rivieren .... 

    topografie kent ook topografische opposities (bijvoorbeeld binnen-buiten)

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart