Studiemateriaal generieke omslagafbeelding

Samenvatting Biologie Voor Jou vwo 6

- Gerard Smits
488 Flashcards en notities
Scroll naar beneden om een preview van de PFD te bekijken!
  • Deze samenvatting
  • +380.000 andere samenvattingen
  • Een unieke studietool
  • Een oefentool voor deze samenvatting
  • Studiecoaching met filmpjes
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Een onderdeeltje van de samenvatting - Biologie Voor Jou vwo 6 Auteur: Gerard Smits

  • 1 Stofwisseling

  • 1.1 Atomen en moleculen

  • Welke bindingen zijn er tussen atomen?
    1. Covalente binding of Atoombinding: binding tussen elektronen in enkele of dubbele paren. 
    2. Ionbinding: elektronen worden aangetrokken door de positieve kern van een ander atoom, ze komen op een vrije plaats in een schil van dat atoom.
  • Wat zijn de belangrijkste elementen die er in een mens worden gevonden?
    H - Waterstof
    C - Koolstof
    N - Stikstof
    O - Zuurstof
    F - Fluor
    Na - Natrium
    Mg - Magnesium
    P - Fosfor
    S - Zwavel
    Cl - Chloor
    K - Kalium
    Ca - Calcium
    Fe - Ijzer
    Cu - Koper
    Zn - Zink
    I - Jood
  • 1.1.1 Water

  • Wat houdt het in als een molecuul polair is?
    Als een molecuul polair is, dan heeft het een positief geladen en een negatief geladen atoom, waartussen het ladingsverschil voldoende groot is. De atomen zijn zodanig ten opzichte van elkaar gepositioneerd, dat zij elkaars lading niet opheffen.  
  • Wat betekent het als een stof hydrofiel is?
    De stof kan door zijn polariteit of grote polaire groepen, goed met het uit polaire moleculen opgebouwd water worden vermengd.
  • Wat betekent het als een stof hydrofoob is?
    Apolaire moleculen als moleculen met CH-bindingen, kunnen geen binding aangaan met polaire moleculen, maar wel met apolaire moleculen als bijvoorbeeld oliën en vetten, die uit dezelfde verbindingen zijn opgebouwd.
  • 1.2.1 Koolhydraten

  • Welke sacharide is sacharose?
    Een di-sacharide opgebouwd uit een alfa-glucose- en een fructosemolecuul.
  • Welke sachariden zijn amylose / zetmeel en cellulose en hoe ontstaan ze?
    Polysachariden.

    • Amylose ontstaat door condensatiereacties op chloroplasten en amyloplasten in plataardige cellen. Amylose is een bron van opgeslagen energie, cellulose is het hoofdbestanddeel van plantaardige celwand en geeft de vorm aan een plant.
    • Amylose ontstaat in dierlijke cellen door polycondensatiereacties in de lever en spieren , waarbij glycogeen gevormd wordt uit alfa-glucose.
  • 1.2.2 Lipiden

  • Welke vetzuren of lipiden zijn er in organismen?
    1. Verzadigd (vast)
    2. Onverzadigd (oliën)
    3. Meervoudig-onderzadigde vetzuren (dubbele bindingen - vooral plantaardig)
    4. Triglyceriden of glycerolesters: een glycerol- met drie vetzuurmoleculen.
    5. Fosfolipide: een glycerol- met twee vetzuren en fosfor.
    6. Steroïden: vetachtigen met koolstofringen.
  • 1.2.3 Eiwitten (proteïnen)

  • Uit welke groepen van moleculen is een eiwit opgebouwd?
    1. Aminogroep (-NH2 = basisch)
    2. Carboxylgroep (-COOH = zuur)
    3. Een centraal koolstofatoom
  • Welke moleculen bestaan er uit peptidebindingen tussen een aminogroep van een aminozuur en carboxylgroep van een ander aminozuur?
    1. Dipeptide
    2. Polypeptide
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart