Studiemateriaal generieke omslagafbeelding

Samenvatting De Studie Van Het Burgerlijk Recht

414 Flashcards en notities
Scroll naar beneden om een preview van de PDF te bekijken!
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Een onderdeeltje van de samenvatting - De Studie van het Burgerlijk Recht

  • 1 Personen- en familierecht

  • 1.1 Algemene bepalingen

  • Geef een definitie van het begrip persoonlijkheid. Waarmee vangt de persoonlijkheid aan?
    Persoonlijkheid in juridische zin is de bevoegdheid drager te zijn van rechten, bevoegdheden en rechtsbetrekkingen. De persoonlijkheid vangt bij een natuurlijk persoon aan bij de geboorte.
  • Persoonlijkheid vangt in de regel aan bij de geboorte. Noem de uitzondering op deze regel.
    Ingevolge art. 1:2 BW wordt het kind waarvan een vrouw zwanger is als reeds geboren aangemerkt, zo dikwijls zijn belang dit vordert.

    Deze uitzondering is vooral in het erfrecht belangrijk. Een ongeboren kind kan uit hoofde van de regel namelijk als erfgenaam worden aangemerkt.

    'Het kind waarvan een vrouw zwanger is wordt als reeds geboren aangemerkt, zo dikwijls zijn belang dit vordert. Komt het dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te hebben bestaan.'
  • Dave is getrouwd met Esther. Esther is in verwachting van een kind. Dave overlijdt. Laat Dave erfgenamen achter?

    Is het antwoord op de vraag anders indien Esther een miskraam krijgt?
    Dave laat twee erfgenamen achter, namelijk Esther en zijn ongeboren kind. Het ongeboren kind wordt ingevolge art. 1:2 BW als persoon aangemerkt.

    Als het kind van Dave voor de geboorte overlijdt, dan wordt hij vermogensrechtelijk gezien geacht nooit te hebben bestaan (art. 1:2 BW laatste volzin).

    'Het kind waarvan een vrouw zwanger is wordt als reeds geboren aangemerkt, zo dikwijls zijn belang dit vordert. Komt het dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te hebben bestaan.'
  • Dient een geboren kind in leven te blijven om uit een schenking of erfenis iets te kunnen genieten?
    Naar Nederlands recht wordt de eis van levensvatbaarheid van het kind niet gesteld. Naar Frans recht wordt deze eis (né viable) wel gesteld.
  • 1.5 Het huwelijk

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.5
    Laat hier meer flashcards zien

  • Het huwelijk is een instelling. Wat wordt hiermee bedoeld?
    Het huwelijk biedt een juridische ordening van het samenleven van twee personen, die aan individuele willekeur is onttrokken.

    Asser I-II, § 53.
  • Een onderscheid kan worden gemaakt tussen volstrekte en betrekkelijke huwelijksbeletselen. Leg uit.
    Een volstrekt huwelijksbeletsel verhindert een persoon om te trouwen. Een betrekkelijk huwelijksbeletsel verhindert iemand om te trouwen met een specifieke persoon.

    Een voorbeeld van een volstrekt huwelijksbeletsel is een geestelijke stoornis (art. 1:32 BW). Een voorbeeld van een betrekkelijk huwelijksbeletsel is het verbod om een zus of broer te huwen (art. 1:41 lid 1 BW).

    Asser I-II, § 58.
  • 2 Rechtspersonen

  • 2.1 Algemene bepalingen

    Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Ingevolge art. 2:1 lid 1 BW bezitten verschillende publiekrechtelijke organen rechtspersoonlijkheid. Zijn daarmee ook de algemene bepalingen van Boek 2 toepasselijk op deze rechtspersonen?
    Nee, ingevolge art. 2:1 lid 3 BW gelden de algemene bepalingen (Titel I) van Boek 2 niet voor publiekrechtelijke rechtspersonen.

    'De volgende artikelen van deze titel, behalve artikel 5, gelden niet voor de in de voorgaande leden bedoelde rechtspersonen.'

    Art. 2:5 BW geldt dus wél voor publiekrechtelijke rechtspersonen. Art. 2:5 BW bepaalt:

    'Een rechtspersoon staat wat het vermogensrecht betreft, met een natuurlijk persoon gelijk, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit.'
  • Stichting A is opgericht bij notariële akte. Stel dat deze akte authenticiteit mist, omdat de notaris is vergeten zijn plaats van vestiging in de comparitie van de akte te zetten. Bob meent dat dit tot gevolg heeft dat de stichting nooit is komen te bestaan. Heeft Bob gelijk?
    Nee, art. 2:4 lid 1 BW bepaalt dat een rechtspersoon ook bij het missen van authenticiteit tot stand komt. Een uitzondering geldt wanneer de rechtspersoon wordt opgericht bij uiterste wilsbeschikking.

    “1. Een rechtspersoon ontstaat niet bij het ontbreken van een door notaris ondertekende akte voor zover door de wet voor de totstandkoming vereist. Het ontbreken van kracht van authenticiteit aan een door een notaris ondertekende akte verhindert het ontstaan van de rechtspersoon slechts, indien de rechtspersoon in een bij die akte gemaakte uiterste wilsbeschikking in het leven zou zijn geroepen.”
  • Stel dat de rechtshandeling waarbij een rechtspersoon is ontstaan, wordt vernietigd. Wat heeft dit voor gevolgen?
    In principe geen: de vernietiging van de ontstaanshandeling tast het bestaan van de rechtspersoon niet aan. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de situatie waarin de deelneming van een van de deelnemers  vervalt: dit heeft geen gevolgen op de rechtsgeldigheid der deelneming der overblijvende oprichters.

    Art. 2:4 lid 2 BW bepaalt:

    “Vernietiging van een rechtshandeling waardoor een rechtspersoon is ontstaan, tast diens bestaan niet aan. Het vervallen van de deelneming van een of meer oprichters van een rechtspersoon heeft op zichzelf geen invloed op de rechtsgeldigheid van de deelneming der overblijvende oprichters.”
  • Stel dat Arie en Bastiaan Plof B.V. hebben opgericht bij onderhandse akte. Beiden hebben enkele duizenden euro’s gestort als aandelenkapitaal. Bastiaan hoort dat bij oprichting een notariële akte was vereist en verliest zijn vertrouwen in de samenwerking. Wat kan Bastiaan doen om zijn deel in het ‘aandelenkapitaal’ terug te krijgen?
    Bastiaan zou een verzoek kunnen indienen bij de rechtbank om het vermogen te vereffenen. Even los van alle andere mogelijkheden die hij waarschijnlijk heeft om Arie aan te spreken. Zie art. 2:4 lid 3 BW:

    “Is ten name van een niet bestaande rechtspersoon een vermogen gevormd, dan benoemt de rechter op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie een of meer vereffenaars. Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing.”

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart