Studiemateriaal generieke omslagafbeelding

Samenvatting Diagnostiek In De Klinische Praktijk

359 Flashcards en notities
Scroll naar beneden om een preview van de PDF te bekijken!
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Een onderdeeltje van de samenvatting - Diagnostiek in de Klinische Praktijk

  • 1 Week 1: het diagnostische proces binnen de hulpverlening

  • 1.2 Plaats van diagnostiek binnen hulpverleningsproces

    Dit is een preview. Er zijn 10 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Diagnostiek is het door en door leren kennen van een situatie met als doel een beslissing te nemen. Grondige diagnostiek is hierbij een voorwaarde voor adequate hulpverlening. Wat is hierbij neuro-psychologisch onderzoek? Wat vereist het?
    Neuropsychologisch onderzoek: heel specifiek diagnostisch gebied en heeft als doel om cognitieve, emotionele en gedragsconsequenties van het disfunctioneren van de hersenen te onderzoeken. Zulk onderzoek bestaat niet slechts uit het afnemen van neuropsychologische tests.
    - Een dergelijk proces van hypothesevorming en toetsing vereist: constante bijstelling (= je vind iets in een test en je bedenkt hoe waren de omstandigheden. Was die persoon bijvoorbeeld extra moe of niet of moeten we nog wat meer testen of heb ik het verkeerd gezien), afhankelijk van de antwoorden die tijdens een onderzoek worden gevonden.
  • Klinische psychodiagnostiek is een professionele activiteit die steunt op drie elementen. Welke zijn dit?
    Klinische psychodiagnostiek is een professionele activiteit dat steunt op drie elementen:
    - Theorievorming over gedragingen, cognities, emoties en motivaties = gefundeerde hypothesen vormen over waar gedrag, cognities, emoties of motivatie vandaan komen.
    - Operationalisatie en meting van problemen/klachten = keuze maken voor het gebruik van bepaalde instrumenten.
    - Toepassing van relevante diagnostische methoden = vaardigheden aanleren om afname betrouwbaar te kunnen doen.
  • Wat voor proces is diagnostiek idealiter? Wat is een kenmerk? En wat is het diagnostisch scenario?
    Idealiter is diagnostiek een wetenschappelijk gereglementeerd denk- en doe proces = dit betekent dat de kwaliteit van de drie elementen geformuleerd worden op basis van theorie, geoperationaliseerd, gemeten en getoetst worden in een gefaseerd diagnostisch proces.
    - Dit betekent niet ongelimiteerde diagnostiek voordat tot handelen over gegaan kan worden, wel voldoende tot een eerste beslissing genomen kan worden, daarna vervolgdiagnostiek waar nodig.
    - Diagnostisch scenario = er komt iemand met een probleem, dat probleem staat centraal en daar ga je beslissingen over nemen —> “zo kort als mogelijk, zo uitgebreid als nodig”.
  • In de rol als professioneel onderscheiden we drie rollen, welke zijn dit?
    In de rol als professional onderscheiden we drie rollen = echter kan het zo zijn dat je zowel de rol van therapeut als de rol van diagnosticus vervult. Uiteindelijk willen we met de verschillende rollen samen tot een besluit komen, omdat er zo genoeg kennis is om een goede beslissing te nemen en een goede kwaliteit van de diagnostiek te waarborgen.
    - Psychiater: DSM
    - Therapeut: behandeling
    - Diagnosticus: testen
  • Om een diagnostisch gesprek goed te laten verlopen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan, waaronder de omgeving. Wat bedoelen we daarmee?
    De omgeving = het gesprek moet plaatsvinden in een rustige omgeving die niet afleidt van het doel en het gesprek. De cliënt moet zich voldoende op zijn gemak voelen om persoonlijke en emotionele onderwerpen te bespreken.
  • Om een diagnostisch gesprek goed te laten verlopen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan, waaronder de kennis van de gespreksleider. Welke vier soorten kennis zijn van belang?
    De kennis van de gespreksleider = de gespreksleider moet over relevante kennis van zaken beschikken.
    - Kennis van psychische processen, functies, stoornissen
    - Kennis over de inhoud van de belangrijkste classificatiesystemen van psychische stoornissen = om zo tijdens een gesprek vast te kunnen stellen welke classificatie op de klachten van de cliënt van toepassing is.
    - Globale kennis van de epidemiologie = weten welke psychische stoornissen frequent en zeldzaam zijn.
    - Voldoende kennis over somatische aandoeningen = aandoeningen die met psychische verschijnselen kunnen samenhangen, om zo nodig tijdens een arts (psychiater) te kunnen consulteren of om de cliënt door te verwijzen.
  • Om een diagnostisch gesprek goed te laten verlopen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan, waaronder de vaardigheden van de gespreksleider. Hier valt algemene basishouding en specifieke gesprekstechnieken onder. Welke drie aspecten onderscheiden we bij algemene basishouding?
    Algemene basishouding = worden vaak beschouwd als basisvereiste binnen het therapeutisch contact.

    We onderscheiden drie aspecten:
    - Empathie van de gespreksleider = het vermogen om zich in te leven in de wereld en beleving van de cliënt.
    - Onvoorwaardelijke positieve acceptatie = de gespreksleider met duidelijk maken dat hij de cliënt accepteert en respecteert zoals hij is en niet veroordelend reageren
    - Echtheid = de gespreksleider is zich bewust van zijn gedachten, gevoelens, vooroordelen, waarden en normen, ook in de relatie met zijn cliënt.
  • Als een gespreksleider deze drie aspecten (empathie, positieve acceptatie en echtheid) beheerst, zal hij gemakkelijker een positieve werkrelatie met cliënt kunnen opbouwen. Met welke term wordt dit aangeduid en welke drie dingen zijn hierbij van belang?
    Term: ''rapport''
    - Om goed rapport met de cliënt te ontwikkelen moet de gespreksleider zich voegen naar het referentiekader client.
    - Naast de algemene basishouding kan de gespreksleider rapport bevorderen door zich enigszins aan te passen aan het taalgebruik van de cliënt en diens stijl van communiceren.
    - Verder dient hij een inschatting te maken van de intelligentie van de cliënt en hier in zijn woordkeuze rekening mee te houden.
  • 1.3.1 Toepassen

    Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.3.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • In het diagnostisch proces onderscheiden we drie onderdelen: 1) Toepassen diagnostische cyclus; 2) De vijf diagnostische basisvragen; 3) Opstellen van het diagnostisch scenario. De meeste vragen van cliënten, verwijzers en psychodiagnostici kunnen herleid worden tot vijf basisvragen. Welke zijn dit?
    Deze hebben betrekking op:
    1. Onderkenning;
    2. Verklaring;
    3. Predictie/voorspelling;
    4. Indicatie;
    5. Evaluatie.
  • Een manier om het psychodiagnostisch proces te ordenen en te disciplineren is om het op te bouwen volgens de diagnostische cyclus. Wat houdt de empirische cyclus in en uit welke vijf fasen bestaat het?
    Omvat de volgende fases:
    1. Observatie = het verzamelen en groeperen van empirisch materiaal waaruit gedachten over de totstandkoming en het voortduren van probleemgedrag gevormd worden.
    2. Inductie = omvat de formulering van theorie/hypothesen over het gedrag.
    3. Deductie = uit die hypothesen worden in deze fase toetsbare voorspellingen afgeleid.
    4. Toetsing = in deze fase wordt aan de hand va nieuw materiaal nagegaan of de voorspellingen juist of onjuist zijn.
    5. Evaluatie = het voorgaande leidt ten slotte tot de evaluatie.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart