Samenvatting: Gehandicaptenzorg | 9789006910452

Samenvatting: Gehandicaptenzorg | 9789006910452 Afbeelding van boekomslag
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Gehandicaptenzorg | 9789006910452 | Schrijver

  • 1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg

  • 1.2 Stoornis, beperking en handicap

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Hoe noem je de afwezigheid of een afwijking van een psychologische, fysiologische of anatomische structuur of functie?

    Stoornis
  • 1.2.2 Beperking

    Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Hoe noem je de moeilijkheden die iemand heeft ten aanzien van gedrag of het uitvoeren van activiteiten?

    Beperkingen
  • 1.3 Verstandelijke beperking

    Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Waar spreek je van wanneer er sprake is van van een aantoonbaar lager IQ (lager dan 70-75) in combinatie met beperkingen op het gebied van:Conceptuele vaardigheden, zoals taal, lezen en schrijven. Sociale vaardigheden, zoals de omgang en samenwerking met andere mensen, anderen begrijpen, regels kunnen volgen.Praktische vaardigheden, zoals praktisch handelen, hulpmiddelen kunnen gebruiken, bijvoorbeeld adl- en hdl-vaardigheden, weken, ontspannen, reizen, gezondheidsgedrag, gebruik van computer of telefoon.

    Een verstandelijk beperking.
  • 1.3.1 Indeling in functioneringsniveaus

  • Om het niveau van functioneren aan te geven van mensen met een verstandelijke beperking is een indeling gemaakt in vijf catergorieën. Welke zijn dit?

    • Mensen met een lichte verstandelijke beperking.
    • Mensen met een matige verstandelijke beperking.
    • Mensen met een ernstige verstandelijke beperking.
    • Mensen met een diepe verstandelijke beperking.
    • Mensen met een sterk gedragsgestoorde lichte verstandelijke beperking.
  • 1.4 Lichamelijke beperking

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.4
    Laat hier meer flashcards zien

  • Welke onderverdeling wordt bij lichamelijke beperking vaak gebruikt?

    Die naar de oorzaak van de lichamelijke beperkingen en niet naar de ernst van de beperking:
    • beperkingen ten gevolge van hersenletsel, aangeboren of niet-aangeboren.
    • aangeboren beperkingen, zoals spina bifida (open rug), niet-functionerende of ontbrekende lichaamsdelen.
    • beperkingen door ziekte of aandoeningen, zoals: multiple sclerose, cerebraal vasculair accident of spierdystrofie.
    • beperkingen door ongevallen, zoals: dwarslaesie. 
  • 1.4.1 Aangeboren of verworven?

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.4.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat zijn mogelijke oorzaken van een aangeboren stoornis?

    • Erfelijke/genetische oorzaken, zoals chromosoomafwijkingen.
    • Stofwisselingsstoornissen en andere aanlegstoornissen, met als gevolg misvormingen van in ieder geval het zenuwstelsel.
    • Stoornissen tijdens de zwangerschap door exogene invloeden (invloeden van buitenaf) zoals infectieziektes bij de moeder (rode hond en toxoplasmose bijvoorbeeld), medicijngebruik of straling.
    • Stoornissen tijdens de geboorte, bijvoorbeeld zuurstoftekort en hersenbloeding.
    • Stoornissen direct na de geboorte, bijvoorbeeld zuurstoftekort, hersenbloedingen, direct ontstane ernstige geelzucht.
    • Stoornissen in het eerste levensjaar, bijvoorbeeld hersen(vlies)ontsteking, zuurstoftekort, hersenbloeding en een trauma.
  • Wat is een verworven stoornis?

    Een stoornis die op latere leeftijd is ontstaan.
  • 2 Geschiedenis van de gehandicaptenzorg en voorzieningen

  • Waarvan waren mensen met een beperking tot halverwege de negentiende eeuw afhankelijk?

    Van liefdadigheid, aalmoezen en de kerk.
  • 2.3 Vanaf de twintigste eeuw

  • Hoe noem je het wanneer professionele zorgverleners en de zorgorganisatie de daadwerkelijk te verlenen zorg aan de zorgvrager bepalen?

    Aanbodgestuurde zorg
  • Hoe noem je het wanneer de wens van de zorgvrager de zorg bepaalt?

    Vraaggerichte zorg.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart