Samenvatting: Gewichtsconsulent In De Praktijk

Studiemateriaal generieke omslagafbeelding
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Gewichtsconsulent in de praktijk

  • 1 Diabetes mellitus

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat is het verschil tussen diabetes type 1, type 2 en zwangerschapsdiabetes?

    Type 1: auto-immuunziekte. Het lichaam maakt zelf geen insuline meer aan. Diabetes type 1 kun je op ieder moment in je leven krijgen en heeft niks te maken met je gewicht of wat je eet. 
    Type 2: lichaam maakt wel insuline aan, maar dat werkt niet goed meer. Ooraken kunnen zijn overgewicht, ongezonde voeding, te weinig bewegen, roken, ouderdom of erfelijke aanleg. 

    Zwangerschapsdiabetes: ontstaan ongeveer na de 20e week van de zwangerschap. Placenta produceer hormonen die de werking van insuline tegen gaan.
  • 2 Hart- en vaatziekten

    Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2
    Laat hier meer flashcards zien

  • 2.1.1 Hartfalen

    Dit is een preview. Er zijn 16 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.1.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat zijn behandelingen voor hartfalen?

    - plastabletten, zodat overtollig vocht het lichaam verlaat 
    - medicatie voor pompkracht 
    - medicatie om de bloeddruk te verlagen 
    - pacemaker 
    - ICD
    - harttransplantatie
  • 2.1.3 Hartinfarct

    Dit is een preview. Er zijn 5 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.1.3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat is het verschil tussen een hartinfarct het hartstilstand?

    Een hartinfarct is een afsterving van een gedeelte van de hartspier door zuurstofgebrek en een hartstilstand ontstaat altijd doordat zich op de plaats van een atherosclerotische plaque in de kransslagader een bloedstolling vormt.
  • 2.1.4 CVA

    Dit is een preview. Er zijn 7 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.1.4
    Laat hier meer flashcards zien

  • Gevolgen van een CVA ( beroerte ) Linkerhersenhelft

    - verlamming van de rechter lichaamszijde 
    - uitval van het gezichtsveld aan de rechterzijde van beide ogen 
    - niet reageren op signalen aan de rechterkant van het lichaam 
    - problemen met spreken, met begrijpen van de gesproken taal, met lezen en met schrijven
  • Gevolgen van een CVA ( beroerte ) aan de rechterhersenhelft

    - verlamming van de linker lichaamshelft 
    -  uitval van het gezichtsveld aan de linkerzijde van beide ogen 
    - niet reageren op signalen aan de linkerkant van het ligaam 
    - problemen met ruimtelijke waarneming
  • Wat is een behandeling na een CVA?

    - CVA door infarct ----> binnen 4,5 uur na de eerst uitvalverschijnselen speciale medicijnen toedienen 
    - CVA door bloeding ----> soms een operatie nodig om verdere bloedingen te voorkomen
  • 4 Voedselovergevoeligheid

    Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 4
    Laat hier meer flashcards zien

  • 4.2 Allergieën

    Dit is een preview. Er zijn 8 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 4.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat is type I reactie?

    ( ook wel anafylactische reactie genoemd )
    De meest voorkomende immunologische reactie op voeding. De reactie treedt dan enkele minuten tot uren na inname van het allergeen op, maar is binnen enkele uren weer verdwenen. Deze reactie kan levensbedreigend zijn en kan leiden tot bewusteloosheid, zoals; zwelling van tong of keel, moeilijke ademhaling of daling van de bloeddruk. Hoe sneller de symptomen optreden des te ernstiger is meestal de reactie.
  • Hoe komt het dat voedselallergie het meest voor komt bij zuigelingen en jonge kinderen?

    Omdat hun darmen nog niet volledig zijn ontwikkeld, kan het voorkomen dat de eiwitten in de voeding niet volledig worden afgebroken.
  • Op welke voedingsmiddelen zijn de meeste allergische reacties?

    - koemelk 
    - kippenei
    - vis, schaal-en schelpdieren
    - noten 
    - pinda
    - soja
    - appel 
    - sesamzaad
  • 4.3 Niet-allergische voedselovergevoeligheid

    Dit is een preview. Er zijn 5 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 4.3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Hoe heet de grens waarbij klachten ontstaan bij niet-allergische voedselovergevoeligheid genoemd?

    Drempelwaarde

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart