Samenvatting Handboek psychodiagnostiek voor de hulpverlening aan kinderen Afbeelding van boekomslag

Samenvatting Handboek psychodiagnostiek voor de hulpverlening aan kinderen

- Th Kievit, et al
ISBN-10 9058980324 ISBN-13 9789058980328
1057 Flashcards en notities
Scroll naar beneden om een preview van de PFD te bekijken!
  • Deze samenvatting
  • +380.000 andere samenvattingen
  • Een unieke studietool
  • Een oefentool voor deze samenvatting
  • Studiecoaching met filmpjes
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Een onderdeeltje van de samenvatting - Handboek psychodiagnostiek voor de hulpverlening aan kinderen Auteur: Th Kievit, J A Tak J D Bosch ( ) ISBN: 9789058980328

  • 1 theoretische achtergronden van klinische diagnostiek

  • Welke twee theorieën vormen samen een theorie van het individuele geval?

    De ontstaanstheorie en de behandelingstheorie.

    Ontstaanstheorie: welke problemen spelen er, wat zijn mogelijke oorzaken, hoe worden ze beïnvloedt.

    Behandelingstheorie: zorgen dat het behandelplan op inzichtelijke manier aansluit bij verklaring van problematiek.

  • Wat zijn de kenmerken van het psychodynamische model?

    • Gericht op intrapsychische ontwikkeling.
    • Freud: id, ego en superego.
    • Fixatie (stagnatie in periode) en regressie (terugval).
    • Onderzoeksmethoden: anamnese projectieve technieken, observatie, interview ouders.
  • Wat zijn de kenmerken van het gedragstherapeutische model?

    • Probleemgedrag bestaat omdat het bekrachtigd wordt.
    • Essentieel is de functieanalyse: beschrijving van probleemgedrag en welke factoren dit gedrag uitlokken en/of in stand houden.

    Zie evt. aantekeningen vak Behandeling.

  • De afweging wat 'normaal' is speelt belangrijke rol bij diagnostiek. Diagnosticus kan bv. andere mening over normaliteit hebben dan hulpvrager. Welke 4 opvattingen m.b.t. normaliteit worden onderscheiden?

    1. Afwezigheid van stoornissen.
    2. Statistisch gegeven.
    3. Ideale/gewenste toestand.
    4. Succesvolle adaptatie (= wisselwerking tussen individu en omgeving).
  • Welke twee soorten criteria van normaliteit worden onderscheiden?

    1. Kwantitatieve criteria.
      Betrekking op: frequentie, duur, intensiteit en omvang van probleem gedrag.
    2. Kwalitatieve criteria.
      Betrekking op: aanwezigheid van lijden, belemmeringen in adaptief functioneren (biopsychische sfeer, psychisch en sociaal functioneren), aanwezigheid van klinische syndromen.

    Deze twee soorten criteria worden naast elkaar gehanteerd.

  • Waar staat klinisch pluralisme voor?

    Het feit dat een diagnosticus put uit een grote hoeveelheid geldende wetenschappelijke theorieën en een grote hoeveelheid ervaringen. De diagnosticus is niet gebonden aan één model.

  • 1.1 Inleiding

  • Waarom gaan mensen naar een hulpverlener en niet (meer) naar bekenden voor hulp?

    We verwachten dat de professionele hulpverlener vanwege zijn opleiding de ervaring de beschikking heeft over vakkennis, vaardigheden en technieken die nodig zijn om psychische problemen of opvoedingsproblemen te analyseren en aan een oplossing ervan bij te dragen. 

  • 1.2 Alledaagse en professionele hulp

  • Met welke twee eisen heeft de professionele hulpverlener te maken?
    Disciplinering en explicitering
  • Welke drie verschillen zijn er tussen professionele en alledaagse diagnostiek

    • Relatie tussen hulpverlener en hulpvrager
    • Specifieke vaardigheden/kennis op methodisch, diagnostisch en therapeutisch gebied
    • Aard van de kennis die toegepast wordt
  • 1.3 Het proces van diagnostiek en hulpverlening

  • Regulatieve cyclus: Probleemherkenning

    Wat is het probleem? Hoe ernstig is het? Wat is de motivatie van de hulpvrager?

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Bekijk in 2 min. hoe je deze samenvatting super snel kunt leren!

Sneller leren? Klik hier!
Pijl naar links-omlaag Pijl naar rechts-omlaag