Samenvatting Inspannings- En Sportfysiologie Afbeelding van boekomslag

Samenvatting Inspannings- En Sportfysiologie

- W Larry Kenney, et al
ISBN-10 9036813255 ISBN-13 9789036813259
293 Flashcards en notities
Scroll naar beneden om een preview van de PFD te bekijken!
  • Deze samenvatting
  • +380.000 andere samenvattingen
  • Een unieke studietool
  • Een oefentool voor deze samenvatting
  • Studiecoaching met filmpjes
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Een onderdeeltje van de samenvatting - Inspannings- En Sportfysiologie Auteur: W Larry Kenney Jack H Wilmore David L Costill ISBN: 9789036813259

  • 1 Bouw en funcie van skeletspieren

  • 1.1 De bouw van skeletspieren

  • De spier is opgebouwd uit verschillende soorten bindweefsel. Benoem de deze bindweefsels en hoe ze zijn opgebouwd.
    Epimysium= omgeeft de hele spier en houdt alles bij elkaar
    Fasciculus=kleine bundels weefsel omhuld door een schede van bindweefsel
    Perimysium= bindweefselschedes rondom elke fasciculus
    Spiervezels= de individuele spiercellen omringd door het perimysium
    Endomysium= schede van bindweefsel dat elke spiervezel omhult
  • Leg uit hoe een individuele spiervezel is opgebouwd.
    1. Het plasmalemma = het membraan dat om de individuele spiervezel omhult
    - Het sarcolemma = bestaat uit het plasmalemma en de basaalmembraan
    - Satellietcellen = bevinden zich tussen het plasmalemma en de basaalmembraann
    2. Het sacroplasma = een gelatineachtige substantie die de ruimtes vult tussen de myofibrillen.
    - T-tubuli = uitbreidingen van het plasmalemma en lopen door de myofibril. Ze geven zenuwsignalen door via het plasmalemma naar de myofibril. Ze leveren ook de paden van buiten de vezel naar de binnenkant, stoffen kunnen de cel binnenkomen en afval kan de cel verlaten.
    - Het sacroplasmatisch reticulum = omringd de myofibril --> verzenden zenuwsignalen en is opslagplaats voor calcium.
  • Noem de unieke eigenschappen van het plasmalemma die belangrijk zijn voor de functie van spiervezels.
    - Het plasmalemma heeft plooien in het gebied van de motorische eindplaat, waardoor de transmissie van de actiepotentiaal van de motorische zenuw naar de spiervezel wordt vergemakkelijkt.
     - Plasmalemma helpt bij het handhaven van het zuur-basenevenwicht en het transporteren van brandstoffen van het capillaire bloed naar de spiervezel.
  • Wat zijn sarcomeren en waar zijn ze uit opgebouwd?
    Kleinste functionele basiseenheid van een myofibril
    Opgebouwd uit:
    - dikke filamenten -->myosine
    - dunne filamenten -->actine, tropomyosine en troponine
  • 1.2 Spiervezelcontractie

  • Wat is een motor-unit/motorische eenheid?
    Eén a-motorische zenuw en álle spiervezels die deze direct bestuurt
  • Hoe verkorten spieren zich? (Sliding - filamenttheorie)
    1. Myosinedwarsverbindingen worden geactiveerd.
    2. Bind zich stevig aan de actine.
    3. ATP word gescheiden in ADP en Fosfaat.
    4. Myosinekop verbuigt en maakt verbinvding met actine.
    5. Power stroke begint en actine word naar het midden van de sarcomeer getrokken.
    6. Het trekken van het dunne filament langs het dikke filament veroorzaakt verkorting van de sarcomeer en resulteert in kracht.
    7. Aan het eind van de power stroke geeft de myosinekop ADP af en gaat terug naar de beginsituatie. 
  • Wat is de rol van calcium in de spiervezel?
    Calcium bindt aan troponine-->die zorgt voor de loskoppeling van het tropomyosinemolecuul-->myosinekoppen kunnen zich hechten aan de actieve bindingsplaatsen op het actinemoleculen
  • Wat is de functie van tropomyosine?
    Tropomyosine verbergt (in rust) de actieve bindingsplaatsen en blokkeert daardoor het aantrekkingskracht tussen de myosinedwarsverbindingen (crossbridge) en het actinemolecuul.
  • Wat is een andere naam voor Actine?
    Dunne filament (rood)
  • In welke volgorde wordt een spiercontractie gevormd/excitatie-conctractiekoppeling?
    1. Actiepotentiaal vanuit de hersenen of ruggenmerg.
    2. Actiepotentiaal arriveert bij de dendrieten van het a- motorisch neuron.
    3. Actiepotentiaal gaat over de axon naar de zenuwuiteinden.
    4. Neurotransmitterstof acetylcholine steekt de synapsspleet over en bind zich aan de receptoren van het plasmalemma.
    5. Actiepotentiaal wordt verspreid over de gehele spiervezel doordat ionenbuizen opengaan en kalium binnen laten (dit proces heet depolarisatie).
    6. Actiepotentiaal gaat door de T-tubuli naar de cel.
    7. Calcium komt vrij.
    8. Calcium bindt aan de troponine op het actinemoleculen.
    9. Myosinekoppen kunnen zich hechten aan de actieve bindingsplaatsen op de actinemoleculen.
    10. Contractie
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.