Samenvatting Nationalisme, naties en staten. Europa vanaf circa 1800 tot heden. Afbeelding van boekomslag

Samenvatting Nationalisme, naties en staten. Europa vanaf circa 1800 tot heden.

- Leo H M Wessels, et al
ISBN-10 9460040810 ISBN-13 9789460040818
1537 Flashcards en notities
Scroll naar beneden om een preview van de PFD te bekijken!
  • Deze samenvatting
  • +380.000 andere samenvattingen
  • Een unieke studietool
  • Een oefentool voor deze samenvatting
  • Studiecoaching met filmpjes
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Een onderdeeltje van de samenvatting - Nationalisme, naties en staten. Europa vanaf circa 1800 tot heden. Auteur: Leo H M Wessels Toon Bosch ISBN: 9789460040818

  • 1 Werkboek

  • 1.1 tentamen 1

  • Wat is typerend voor het nationalisme in landen als Ierland, Finland en Roemenie?
    a door het ontbreken van een eigen literatuur, richtte het 19e eeuws nationalisme zich voornamelijk op de volkscultuur
    b door het late ontstaan van een eigen staat, komt het nationalisme pas in de 20e eeuw tot ontwikkeling
    c door het ontbreken van een gemeenschappelijke cultuur, richt het nationalisme zich vooral op het niveau van de staat en de politiek
    d Door het ontbreken van een traditie van staatsvorming, richt het nationalisme zich vooral op cultureel-etnische factoren als taal, religie, en literatuur. 
    D (pp 161)
  • In 1797 vroegen Goethe en Schiller zich in de Xenien af: Deutschland? Aber wo liegt es? Wat was destijds hun antwoord op deze vraag?
    A Duitsland bestaat alleen in de Duitse taal en literatuur
    B Duitsland bestaat uitsluitend uit de afzonderlijke staten en staatjes, waarin Duits de officiele taal is
    C Duitsland omvat niet alleen alle Duitse territoria, maar ook de niet-Duitssprekende delen van Pruisen en Oostenrijk
    D Duitsland is een Kulturnation, die net als Frankrijk ook in politieke zin verenigd moet worden
    A (p216)
  • Wat was de belangrijkste oorzaak van de Griekse onafhankelijkheid?
    A. De ondersteuning van de Grieken door de Servische en Bulgaarse nationalisten
    B. een breed gedragen nationale beweging in Griekenland
    C. een revolutie tegen het Ottomaanse bewind in Turkije
    D. een interventie door Engeland, Frankrijk en Rusland
    D. HB p 247
  • Welke van de onderstaande factoren vormde GEEN belangrijke belemmering voor het Poolse nationalisme in de 19e eeuw?
    A. De bedreiging van het 19e eeuwse Europese machtsevenwicht door de mogelijke vestiging van een Poolse staat, waardoor internationale steun voor de Poolse zaak beperkt bleef
    B. De belangentegenstellingen tussen de Poolse adel en de Poolse boerenbevolking
    C. de belangentegenstelling tussen Poolse nationalisten die een Groot-Polen nastreefden en de niet-Poolse bevolkingsgroepen die behoorden tot niet-katholieke christelijke kerken
    D. De nadruk van Poolse nationalisten op de noodzaak van landhervormingen
    D HB p 255-259
  • Welke politieke ontwikkeling was van groot belang voor het succes van de Belgische afscheiding?
    A. de gebrekkige belangstelling van Koning Willem I in het behoud van de Zuidelijke Nederlanden
    B. De internationale erkenning van Belgie tijdens een conferentie in Londen
    C. de overwinning van katholieken op liberalen bij verkiezingen in de Zuidelijke nederlanden
    D. het isolement van Holland in de Staten-generaal in zijn verzet tegen de afscheiding
    B Hb p 270-271
  • Tussen 1814 en 1848 keerden de Bourbons weer terug op de Franse troon. Welke politieke groepering was in deze periode vooral de drager van het Franse nationalisme?
    A. de conservatieven die deel uitmaakten van de regering
    B. de liberalen die deel uitmaakten van de regering
    C. de linkse oppositie
    D. de rechts-nationalistische oppositie
    C HB p 301
  • In de decennia voorafgaande aan WO I vond in Frankrijk een verregaande uniformering van levenswijze, taal en mentaliteit plaats. Welke van de onderstaande overheidsinterventies maakt GEEN deel uit van dit proces?
    A. de grootschalige invoering van de dienstplicht
    B. de aanleg van een netwerk van lokale en provinciale wegen
    C. de invoering van nationale feestdagen
    D. de onderdrukking van regionale identiteiten
    D HB p 312
  • Wat was kenmerkend voor het Nederlandse nationalisme in de jaren voor WO I?
    A. Angst: de kleine natie leek verscheurd te worden tussen de grote buurlanden
    B. defaitisme: verval en een gebrek aan geloof in de eigen natie
    C. optimisme: een tweede Gouden Eeuw en geloof in de toekomst
    D. revanchisme: herstel van het Groot-Nederlandse ideaal
    C HB p 236
  • Waarom leidde de revolutie van 1848 niet tot de eenwording van Duitsland?
    A. Doordat de afgevaardigden in het Frankfurter parlement een republikeinse oplossing bleven eisen, waartegen de Duitse vorsten zich bleven verzetten
    B. Doordat de afgevaardigden in het Frankfurter parlement het niet eens konden worden aan welke vorst de keizerskroon moest worden aangeboden
    C. Doordat de kleinere Zuid-Duitse staten de eenwording bleven blokkeren
    D. Doordat Pruisen en Oostenrijk elkaars plannen voor de eenwording verwierpen, maar een gewapend conflict uit de weg gingen. 
    D HB p 330
  • Hoe kan de politieke situatie in Duitsland in de jaren voorafgaand aan WO I worden gekarakteriseerd?
    A. Duitsland was een militaire monarchie, met een almachtige positie voor keizer Wilhelm II
    B. Het politieke bestel van Duitsland vormde in deze periode een spel, waarbij verschillende krachten - Keizer en bondskanselier, het nationale parlement en de deelstaten- elkaar min of meer in evenwicht hielden
    C. Duitsland was een laat-feodale staat met een almachtige positie voor de alliantie van de Pruisische Junkerklasse en de industriele elite
    D. Duitsland was een goed functionerende parlementaire democratie, waarbij het nationale parlement werd gekozen volgens algemeen mannenkiesrecht
    B HB pp 340-341
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.