Samenvatting: Van Molecuul Tot Cel

Studiemateriaal generieke omslagafbeelding
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Van Molecuul tot Cel

  • 1 Thema 1

  • 1.1 HC 2: mitose en meiose

    Dit is een preview. Er zijn 15 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Waarom delen cellen?

    • Voortplanting
    • Groei
    • Herstel/vernieuwing
  • Uit welke fases bestaat de interfase?

    G1 = 1ste groeifase (groei celinhoud, excl de chromosomen)
    S = DNA synthese (chromosomen gedupliceerd)
    G2 = 2de groeifase (groei cel en voorbereiden mitose)

    G0 = rustfase (cellen die niet delen)
  • Hoe ziet de cel eruit in de interfase?

    • Duidelijke kern 
    • DNA is gedespiraliseerd
    • Voorbereiding voor mitose
      • Replicatie chromosomen
      • Productie eiwitten en organellen
      • Verdubbelen van de centrosomen
  • Hoe vind meiose plaats?

    Meiose doorgaat dezelfde cyclus als mitose maar dan 2x hierbij wordt het aantal chromosomen gehalveerd. De eindproducten zijn dus verschillend.

    Het doel van Meiose 1: verdelen van de homologe paren en cross-over/recombinatie om genetische variatie te creeëren
  • Wat zijn de eindproducten van meïose?ManVrouw

    Per cel: 4 zaadcellen
    Per cel: 1 eicel en drie poollichaampjes
    • Eicel heeft zoveel cytoplasma nodig omdat dit gebruikt wordt zodat de zygoot het eerste stadia kan overleven
  • Wat gebeurt er bij non-disjunctie?Meiose 1Meiose 2

    • Meiose 1
      • De homologe paren gaan niet uit elkaar, dus je hebt twee bivalente chromosomen en die zouden moeten splitsen, en dat gebeurt dus niet.
    • Meiose 2
      • De zusterchromatiden gaan niet uit elkaar
  • Wat gebeurt er als er bij een postzygotische deling een chromosoomafwijking ontstaat?

    Dit gebeurd dan dus in een mitotische celdeling! Het gevolg hiervan is het fenomeen dat mozaïcisme!
  • 1.3 HC 01A: 22q11

    Dit is een preview. Er zijn 4 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Welke verschillende namen bestaan er voor het 22q11 syndroom?

    DiGeorge syndroom, conotruncal anomaly syndroom, velocardiofaciaal (shprintzen) syndroom, cayler cardiofaciaal syndroom 

    Echter moet het allemaal 22q11 gaan heten
  • Wat zijn typische gelaatstrekken bij het 22q11 syndroom?

    Ogen meer smaller en spleetvormiger, langere en bredere neus, kleinere mond vaak wat "luier" bij kinderen, kleinere oren.

    Bij ongeveer 70 procent komt een gespleten gehemelte voor.
  • Wat zijn klinische kenmerken bij 22q11 syndroom?

    Open gehemelte (70%), hartafwijkingen (74%) voedingsproblemen, milde ontwikkelingsachterstand, slappe spiekten, immuunstoornissen, psychiatrische problemen, etc.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart